Waarom een herbeoordeling van de mensen in de Wajong goed is

Vorige maand ben ik geïnterviewd door MUG Magazine. Helaas is het interview daarna door MUG onder een verkeerde titel (“Onderscheid bijstand en Wajong asociaal”) gepubliceerd in hun magazine en op hun site, met daarbij de onjuiste vermelding dat ik geen Wajonger meer zou zijn. Helaas kan een publicatie in een papieren uitgave uiteraard niet gewijzigd worden. Ook helaas is het artikel daarna een paar weken onvindbaar geweest op de site van MUG. Daarom voor de kristalheldere volledigheid alsnog het interview vóór de laatste bewerkingen van de eindredactie, met daarbij een passendere titel.

 

In februari wijdde Mug Magazine aandacht aan het kabinetsplan om Wajongers massaal te herkeuren. Daarbij lieten we ook drie Wajongers aan het woord. Voor Nico Blok (32), ook Wajonger, was dat aanleiding om in de pen te klimmen, want hij heeft weinig op met Wajongers die vinden dat ze alleen vanwege hun handicap recht hebben op een uitkering. Na wat heen en weer mailen besloten we hem op te zoeken in zijn woonplaats Utrecht.

Nico Blok wordt  geboren met een onbekende spierziekte. De doktoren zeggen dat hij nooit zal kunnen lopen. Zijn ouders trekken hun eigen plan, gaan met hem oefenen en op zijn derde kan hij lopen. En in 2008  wint hij als tafeltennisser brons op de Paralympische Spelen.
In 2008 studeert Nico ook als econoom af op de Wajong. Hij adviseert onder andere om Wajongers opnieuw te beoordelen. En wie arbeidsgeschikt wordt verklaard, krijgt een iets lagere uitkering. Zes jaar later stelt het kabinet min of meer hetzelfde voor. Wie arbeidsgeschikt wordt verklaard blijft weliswaar in de Wajong, maar de uitkering gaat naar hetzelfde niveau als een persoon – met of zonder handicap – in de bijstand krijgt:  70% van het minimumloon.

Terecht, vindt Nico. “Sommige partijen noemen dat een strafkorting, maar een oudere schoonmaker die zijn baan kwijtraakt en na een paar maanden WW in de bijstand belandt, krijgt toch ook geen hogere uitkering? Terwijl ouderen ook minder kansen hebben op de arbeidsmarkt? Waarom zou een arbeidsgeschikte Wajonger dan wèl recht hebben op een hogere uitkering?”

En zo heeft hij meer voorbeelden. “Iemand van 22 jaar die tijdens zijn studie een handicap oploopt, komt in de Wajong, terwijl een kansarmere schoolverlater van dezelfde leeftijd in de bijstand belandt. We geven het geld dus niet aan iemand die dat het meeste nodig heeft, maar aan iemand die toevallig op het ‘juiste’ moment zijn handicap opdeed.  Ik noem dat hokjesdenken.
Ook 30% van de bijstandsgerechtigden heeft een handicap. Zij krijgen echter nauwelijks media-aandacht, zijn kansloos voor ‘Wajong-vacatures’ en krijgen een lagere uitkering. Sommige mensen noemen dit onderscheid in behandeling tussen Wajongers en deze bijstandsgerechtigden heel sociaal, maar ik kan hier niets sociaals aan ontdekken.”

Maar het gaat Nico vooral om de beeldvorming. Die moet ècht veranderen. “In de oude Wajongregeling, die van 1998 tot 2010 duurde, was 98% van de Wajongers volledig arbeidsongeschikt. In de nieuwe Wajongregeling vanaf 2010 wordt meer gekeken naar wat mensen wèl kunnen; van deze ‘nieuwe’ Wajongers is maar 13% volledig arbeidsongeschikt.”
Dat is beter voor de beeldvorming en de daarmee samenhangende kansen op werk, vindt Nico. “Welke werkgever neemt in hemelsnaam iemand aan die volledig arbeidsongeschikt is? Maar sommige Wajongers willen hélemaal geen gedeeltelijke uitkering, die houden vast aan een volledige uitkering, met het stempel ‘volledig arbeidsongeschikt’. Als je dat zèlf al vindt, waarom zouden anderen dan positiever naar je kijken?”

Nico vindt het dan ook opmerkelijk dat veel Wajongers aan de ene kant zeggen dat ze goed kunnen werken en dus een baan willen, maar vervolgens, als het ze niet lukt om werk te vinden, een uitkering willen behouden voor volledige arbeidsongeschiktheid. “Dan zend je twee verschillende signalen uit. Enerzijds zeg je: ik kan werken, geef mij werk. Maar anderzijds zeg je dat je wilt vasthouden aan een volledige uitkering, en ook niet herkeurd wil worden. Voor mij staat dat haaks op elkaar.”
Op de vraag of hij de hoge eisen die hij aan zichzelf stelt (topsport, studie en een goede baan bij Economische Zaken) ook aan andere Wajongers stelt, antwoordt hij ontkennend. “Het gaat mij erom dat iedereen zich inzet naar zijn of haar eigen arbeidsmogelijkheden. En als je ondersteuning en begeleiding nodig hebt om te kunnen werken, dan moet je deze natuurlijk kunnen krijgen. Maar dat betekent toch niet dat je volledig arbeidsongeschikt bent? Het herbeoordelen van Wajongers naar arbeidsmogelijkheden is nodig voor een betere beeldvorming, zowel bij werkgevers als bij Wajongers zelf. Dat zei ik zes jaar geleden, ook toen ik zelf als Wajonger werkzoekend was, en dat zeg ik nog steeds.
Uiteraard zijn er mensen in de Wajong die ècht niet kunnen werken. Zij hebben  recht op een volledige Wajong-uitkering en hoeven ook niet te solliciteren. En ja, een groot deel van de Wajongers heeft altijd in dat systeem gezeten. Of je hen nog zaken als een vermogens- of een partnertoets moet opleggen, is misschien teveel van het goede. Maar waarom kun je Wajongers die arbeidsmogelijkheden hebben, niet verplichten om in ieder geval te solliciteren of aan reïntegratie te werken? Dat moeten veel bijstandsgerechtigden met een handicap toch ook?”

Op gebied van beeldvorming is volgens Nico nog een wereld te winnen. “Als media aandacht aan de Wajong besteden, zie je vaak een jongere in een rolstoel. Maar de helft van de Wajongers is niet jong, en 75% van hen heeft geen fysieke beperking. Dat beeld klopt dus niet.”
Ook is een goede beeldvorming van belang voor het stimuleren van werkgevers om Wajongers aan te nemen. “Natuurlijk  hebben mensen in de Wajong beperkingen, maar wie heeft er geen beperkingen? Het gaat nog te vaak alleen maar over de randvoorwaarden, over zaken als loonkostensubsidie en jobcoaching.  Over werk en mensen met een handicap als werknemers gaat het nog te weinig. Als ik een schoenenfabriek heb, wil ik mensen die schoenen kunnen maken. Dan hoef ik niet te weten wat ze allemaal niet kunnen.”

 

=============================================

Naschrift:

Inmiddels hebben via Twitter twee Wajongers laten weten dat ze het niet eens zijn met mijn mening. Dat mag natuurlijk. Eén Wajonger deed dat keurig in een respectvolle discussie. De andere Wajonger deed dat minder keurig, met woorden als ‘walgelijk artikel’ zonder inhoudelijke argumenten, en vooral veel aanvallende vragen/opmerkingen naar mij toe over mijn eigen persoonlijke situatie. Ook dat mag, ik vind het geen enkel probleem om die te beantwoorden, maar het is veelzeggend dat hij geen één seconde inging op zijn eigen situatie en op de vraag of hijzelf ook wat meer verantwoordelijkheid zou kunnen nemen. Overigens is/was hij anoniem (alleen een foto, geen naam of traceerbare gegevens). Dat is erg laf en triest lekker makkelijk, want dan kun je namelijk digitaal alles veilig roeptoeteren. In het niet-digitale leven kun je er dan immers nooit op aangesproken worden, want niemand weet wie jij bent.

Zoals al eerder gezegd heb ik deze mening niet opeens en sinds kort, maar al sinds 2008, naar aanleiding van de resultaten van m’n afstudeeronderzoek in dat jaar (zie vooral pagina 63 t/m 66). Dus ook in de periode dat ik zelf nog als ‘volledig arbeidsongeschikte’ Wajonger te boek stond en geen werk had. Overigens heb niet alleen ik deze mening, maar ook vele anderen in Nederland. Soms wordt dan via LinkedIn of Twitter gereageerd door anonieme figuren die zich wel herkenbaar als Wajonger profileren (op grond van hun nickname of hun berichten): dat dit ‘asociaal’ is en dat ‘je er niets van snapt’. Dat tezamen met hun eeuwige beroep op ‘verworven rechten’ is het dan wel zo ongeveer wat betreft hun argumentatie… Kijk, zo ken ik dergelijke dogmatische communistische / extreem-linkse figuren weer. Geen enkele zelfkritiek willen of kunnen opbrengen, welnee, stevig vasthouden aan de hoogst mogelijke uitkering! Claimen, die zogenaamde ‘verworven’ rechten! Ook al zijn die gebaseerd op een achterhaald systeem, wat nu gelukkig ook steeds meer mensen beginnen in te zien. Altijd je eigen situatie en je eigen ideologie als norm stellen en dat als ‘de waarheid’ willen doordrukken, en als andere mensen een afwijkende mening hebben, dat wegzetten als ‘asociaal’ en roepen dat diegene er niets van snapt. Dat is lekker makkelijk, want woorden als ‘er niets van snappen’ en vooral ‘(a)sociaal’ doen het altijd goed en kunnen immers door iedereen gekaapt gebruikt worden. Dat mag: er is in dit land gelukkig vrijheid van meningsuiting, en dat is een heel, heel groot goed. Maar ik als Wajonger vind iets anders asociaal: ik vind het asociaal als dergelijke Wajongers kennelijk niet rekening willen houden met mensen met – of zonder – handicap in de bijstand en alleen maar aan hun eigen (Wajong-)situatie willen denken. Immers, niet alleen Wajongers hebben het lastig in deze tijden, maar ook heel veel niet-Wajongers. In mijn ogen is een ongelijke behandeling van mensen met een vergelijkbare of soms zelfs dezelfde afstand tot de arbeidsmarkt niet sociaal, zoals ik al zei in dit interview. Niet alleen zit ik zelf al sinds 1998 in de Wajong, maar ben ik afgestudeerd op de Wajong, heb ik bij vakbonden en belangenbehartigers bestuurs- en vrijwilligerswerk op gebied van de Wajong gedaan, en heb ik gewerkt bij een kenniscentrum op gebied van mensen met een handicap. Ik kan dus in elk geval zeggen dat mijn mening op niet alleen ervaringen, maar ook ruimschoots op feiten en kennis gebaseerd is. Dit in tegenstelling tot de reacties van dergelijke personen, die vooral op onderbuikgevoelens (b)lijken te berusten.

Eigenlijk zeg ik als Wajonger in dit interview globaal twee dingen: 1) Mensen moeten behandeld worden naar hun mogelijkheden, en niet naar in welk hokje (Wajong, bijstand, of welke regeling dan ook) ze zitten. Kortom: we moeten weer naar de mens gaan kijken in plaats van naar het hokje, waarbij iedereen die ondersteuning of hulp nodig heeft, dit moet kunnen krijgen. 2) Mensen die echt niet kunnen werken, verdienen een solide uitkering voor volledige arbeidsongeschiktheid. Ik heb nooit anders beweerd. Maar de mensen die wel (deels, volledig, met of zonder ondersteuning, met of zonder begeleiding) kunnen werken, dienen zichzelf ook te profileren als (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt en niet als volledig arbeidsongeschikt, en ja, dat betekent dus een uitkering voor (gedeeltelijke) arbeidsgeschiktheid. Inderdaad: ik roep mensen die kunnen werken op om zichzelf te profileren als mensen die (deels of volledig) arbeidsgeschikt zijn en zich naar hun mogelijkheden in (proberen) te zetten, op welke manier dan ook. Als dat als asociaal wordt gezien…
Zoals gezegd zijn er gelukkig ook Wajongers die wel respectvol kunnen reageren. Inderdaad zijn dat mensen die niet anoniem door het leven gaan. Dat zegt voldoende.

Naast deze twee Wajongers hebben ook drie niet-Wajongers gereageerd. Eén ex-Wajonger die al een tijd vergeefs naar werk zoekt. Eén dame met diverse handicaps die al jaren in de bijstand zit en volledig afgekeurd is voor werk. En één deskundige die dagelijks met arbeidsbemiddeling en deze doelgroepen te maken heeft. Deze drie personen waren zeer positief over het interview. Deze personen waren het dan ook volledig eens met mijn mening dat het onderscheid tussen behandeling van mensen in de Wajong en mensen met een handicap in de bijstand niet sociaal is, omdat door dit onderscheid mensen met een handicap in de bijstand veel minder kans op de nodige ondersteuning en aandacht hebben en daardoor ook minder kans op werk. Er wordt nu nog te veel in hokjes gedacht. Iedereen die extra ondersteuning en aandacht nodig heeft, moet dat kunnen krijgen: zowel Wajongers als niet-Wajongers.

 

Home

Eén reactie | Eén reaction op “Waarom een herbeoordeling van de mensen in de Wajong goed is”

  1. Nico Blok » Blog Archive » Interview in Intermediair over m’n loopbaan en m’n kijk op de arbeidsmarkt zegt:

    […] « Waarom een herbeoordeling van de mensen in de Wajong goed is […]

Laat een reactie achter