terugblik toernooi Slovenie

De afgelopen week ben ik weer begonnen met trainen. Maar twee avonden, omdat ik woensdag iets anders belangrijks moest doen. De Nationale Jeugdraad organiseerde afgelopen woensdag een dag waarop jongerenorganisaties vice-premier Rouvoet konden ontmoeten. Hier heb ik, namens jongerenvereniging Jopla (www.jopla.nl) waar ik lid en oud-bestuurslid van ben, meneer Rouvoet gevraagd om Jopla weer structuele subsidie te (blijven) geven die Jopla nodig heeft voor haar basisactiviteiten (bijvoorbeeld voor het huren van onze ruimte en het betalen van de mensen die er werken). Vereniging Jopla is een vereniging voor jongeren met een lichamelijke handicap of chronische ziekte, waarvan de leden veelal niet in staat zijn een hoge contributie te betalen. Voor de huur van een ruimte en andere basisactiviteiten heeft Jopla dus subsidie nodig, anders betekent dit het einde van deze vereniging.

Dat betekende dat ik een training moest opgeven 😉 Maar voor een keertje kan dat wel, vind ik. Komende weken wordt weer een voorbereidingsperiode op het toernooi in Slowakije eind deze maand, waarbij ik veel zal trainen en ook veel wedstrijden probeer te spelen, bijvoorbeeld op het EDR-toernooi en in de Bekercompetitie. Hopelijk gaat het toernooi in Slowakije net zo goed als het toernooi in Slovenie: wat fantastisch was dat! Misschien wel het mooiste ‘mentale herstel’ van me ooit! De eerste dag van de singles was zwaar: ik ging met de goede instelling de wedstrijden in, speelde zoals ik zou moeten spelen, maar de uitvoering liet een hoop te wensen over… Eigenlijk had ik m’n Sloveense tegenstander volledig in de tang in de rally, maar mislukte m’n scorende forehand keer op keer. Ik werd wel tweede in de poule en ging daardoor wel door naar de 1/8-finales, die de volgende dag gespeeld zouden worden.

Toen ik de volgende dag opstond, had ik echt het gevoel dat het niet mijn toernooi was, dat ik nog niet in het toernooi zat, enzovoorts enzovoorts. In de 1/8-finale tegen William Bailey speelde ik de eerste twee games desondanks best goed, de volgende twee games met iets te weinig initiatief wat meteen afgestraft werd, maar uiteindelijk won ik de beslissende game met 11-8. Ik kreeg trouwens nog een gele kaart! 😛 Omdat ik bij 9-6 in mijn fanatieke blijdschap na een gewonnen punt volgens de scheids de bal te hard tegen de grond sloeg… Nogal overdreven van de scheids, die zelf in de wedstrijd tot drie keer toe geen netservice zag waar het overduidelijk (volgens Bailey en mij) wel degelijk netservice was. 
Maar goed, ik had een vijfgamer gespeeld met veel fysiek werk en had het gevoel dat het nu allemaal beter zat dan de dag ervoor en dat ik nu ook echt in het toernooi zat. Dat ik mentaal ook warmgedraaid was. Cruciaal was de eerste game in de kwartfinale tegen Simon Itkonen, nummer drie van de wereld en bronzen medaillewinnaar op de WK in de singles: ik speelde prima en kwam 8-4 voor, ik verloor scherpte en kwam 8-10 achter, Itkonen mocht serveren maar maakte het niet af en ik won de eerste game met 13-11. Daarna lukte het me om het goede spel van de eerste game te handhaven en de hele game scherp te zijn en overrompelde ik Itkonen helemaal (11-6, 11-4). Eindelijk zat het weer toppie-in-het-koppie! Prima spel, mentaal helemaal warm, plezier dat het allemaal lukt en met de juiste (aanvallende) instelling de wedstrijd ingaan.
In de halve finale speelde ik de beste wedstrijd sinds een paar jaar, denk ik. Tegen een goede vriend van me en nummer vier van de wereld, de sportieve Peter Rosenmeier, lukte in aanvallend opzicht heel erg veel en op mijn service kreeg ik meer kansen dan anders om meteen een goede eerste forehandtopspin te spelen. En alles lukte! Zijn aanvalsballen aanvallend overnemen, lekkere backhandbloks op zijn keiharde forehandtopspin, scherpe hakbal met meteen erna weer een goede spin, noem maar op! En misschien wel het belangrijkst: op de beslissende momenten was ik net wat scherper. Met 12-10, 12-10, 8-11 en 11-8 won ik eindelijk weer eens van Rosenemeier.

De laatste twee jaar won Rosenemeier altijd van mij, dus deze uitslag was heel onverwacht. Zowel voor hem als voor mij. Tegen m’n selectiegenoot Tom uitte Rosenmeier z’n teleurstelling: “Ik had nooit gedacht dat ik van Nico zou verliezen.” Toch speelde Rosenmeier niet slecht, ik was gewoon super volgens coach Lumen en m’n teamgenoten Harold en Tom. Ook de Engelsen hadden de wedstrijd gezien. De vriendelijke Bailey meteen na de halve finale tegen mij: “Unbelievable! Je kunt het toernooi winnen!” 
In de finale moest ik aantreden tegen de nummer twee van de wereld, de zeer lastig bespeelbare noppenspeler Miroslaw Kowalski. Ook in deze wedstrijd speelde ik goed en had ik de hele wedstrijd het overwicht, ook al verloor ik de tweede game. In de vierde game had ik naast het overwicht ook nog het geluk mee en bij 8-3 is het verzet van Kowalski gebroken. Drie punten later gingen de armen toch heel even de lucht in: weer eens een toernooi gewonnen!

In de teamwedstrijden een dag later nam Rosenmeier volledig revanche. Totaal gefocust won hij dit keer, al had ik in de eerste game wel goede kans (10-8 voor, maar hij mocht serveren). Toch ook een groot lichtpunt tijdens de teamwedstrijden: eindelijk won ik ook weer eens van Vjeko Gregorovic (na vier keer van hem verloren te hebben). Met 3-0 nog wel!

Toch mooi: tijdens dit toernooi heb ik van alle toppers waar ik tegen gespeeld heb, gewonnen! Mooie boost dus! 😀

Op het toernooi in Tsjechie, een paar weken voor dit toernooi, won ik weer brons en voldeed hiermee dus aan de zware eisen van NOC*NSF voor een nominatie voor de Paralympische Spelen 2008: twee keer het podium halen in de singles op een 30-punten-toernooi. Dit toernooi in Slovenie telde niet mee voor de nominatie, maar het geeft wel een extra bevestiging: ik heb laten zien dat ik van iedereen kan winnen. Ik mag toch hopen dat dit genoeg is voor een nominatie… 

Home

Laat een reactie achter